Welk figuurtype heb jij?

Elk figuur heeft haar eigen kenmerken. Bij vrouwen kennen we zes basisfiguurtypen. Elk figuurtype heeft daarbij haar eigen kenmerken.

De basisfiguurtypen zijn:
A (peer): aan de bovenkant is de maat altijd smaller dan aan de onderkant. Als een A in gewicht aankomt dan merkt ze dat eerst aan haar heupen en bovenbenen. Er is een duidelijke taille.

O (appel): heeft haar volumezone op de boezem en de buik,  smalle benen. De schouders en heupen zijn even breed. Als de O in gewicht toeneemt dan merkt ze dat aan de buik en de boezem. Er is geen taille.

De H:  is recht en heeft even brede schouders als heupen en een matige taille. De H komt overal gelijkmatig aan en heeft nergens een volumezone (lucky bird!)

De Y: heeft aan de bovenzijde een bredere maat dan aan de onderzijde, een matige taille en heeft nergens een grammetje vet teveel. Er zijn geen volumezones, de figuurvorm is vrij recht.

Hart: heeft ook aan de bovenzijde een bredere maat dan aan de onderkant, maar heeft haar volumezone rond de boezem, schouders en bovenarmen/-rug. Er is een matige taille.

X (zandloper): ronde heupen, schouders/boezem en een duidelijke taille. De schouders en heupen zijn even breed. Haar volumezones zijn boezem en heupen/billen.

Optisch werken we altijd toe naar meer lengte als je klein bent, minder lengte als je lang en smal bent. Ook suggereren we taille als je weinig taille hebt, door het toepassen van stijltrucs. Het is allemaal niet ingewikkeld maar net even een weetje.

 

.